Chalons-en-Champagne is een charmant stadje. Ik heb een fantastisch hotel op een pleintje en heb voor het eerst een goede nachtrust. Maar eerst drink ik wijntjes op een terrasje en eet ik een pizza bij een Nederlandse dame. Het ontbijt bestaat voor het eerst uit meer dan wit stokbrood en jam! Er zit ook yoghurt en een sinasappel bij. Als ik -volgens het ritme van de 4 knakkers- om half 9 vertrek zijn er 3 Koga’s in de garage bij gekomen. Jammer, niet gezien.

De dag is lang, de zon onverbiddelijk en de wind hard tegen. Ik kom vandaag niet boven de 20/22 km per uur. Maar het beklemmende gevoel van gisteren is weg! Het landschap is de hele dag eentonig en ergens halverwege zit een helling van 5 kilometer lang. Maar die hele lange klim zitten kleine vogeltjes langs en op de weg, ze nemen kleine duikvluchten, kwetteren en tjilpen dat het een lieve lust is en vliegen stukjes met me mee.

Ook staat langs de hele weg koolzaad, geflankeerd door talloze klaprozen. Als ik halverwege een bocht omsla zit ik opeens oog in oog met een enorme roofvogel. Hij zit rustig op een paaltje en kijk over de weg uit. Als hij me ziet slaat hij rustig zijn grote vleugels uit en vliegt langzaam weg. Het is de mooiste roofvogel die ik ooit heb gezien!

De hele weg is verder eenzaam. geen cafeetje of winkeltje te bekennen. Op een gegeven ogenblik passeer ik een groot militair kamp. Net op het moment dat ik me afvraag of al die jongens niet moeten eten, fiets ik tegen een lunchlokaal aan. Ik mag binnenkomen en eet een heerlijke hotdog.

Mijn Koga en ik

Mijn Koga en ik, dat was liefde op het eerste gezicht. Toen ik vorig jaar, aangespoord door mijn echtgenoot, een nieuwe fiets wilde uitkiezen had ik mijn verlanglijstje klaar. Het moest in ieder geval een Koga zijn, maar daarnaast ook aan andere wensen voldoen. Maar toen ik in de fietswinkel kwam en Koga Mia zag staan, ging ik als in een flits door de knieen! Dat moest hem zijn! Wat een ros, zo stoer. De verkoper vertelde bovendien dat dit voor dit jaar de enige en laatste was. De fabriek Koga maakt maar een beperkt aantal fietsen per jaar. Dus als ik een Koga wilde kopen dan moest ik wel deze nemen, anders moest ik tot september wachten. Dit praatje had ik helemaal niet nodig, dit was mijn fiets. En sindsdien is hij mijn maatje. We zijn geheel van elkaar afhankelijk. Hij brengt me overal waar ik zijn wil. Ik daarentegen koester hem met mijn leven. Als er kiezels liggen, dan stap ik af en neem ik hem bij de hand. Als er kuilen in de weg zitten, rij ik er voorzichtig omheen en als ik moet schakelen dan doe ik dat rustig. Koga Mia en ik, wij zijn maten voor het leven.

De hele route ben ik bang voor een lekke band. Mijn hele leven heb ik het plakken van een band weten te vermijden, anderen kunnen dat stukken beter. Ik ben in zulk soort dingen klungelig en onhandig. Dus mocht dat gebeuren, dan zal een lichte paniek en wanhoop mijn deel zijn. Ik heb wel les gehad van Pierre, mijn lieve buurman, maar dat was slechts een avond. En een band plak je volgens kenners in 5 minuten. Ik heb er zeker een uur voor nodig. Mijn schriftje waarin ik zorgvuldig elke handeling heb opgeschreven zal ik wel volgen, maar ik weet zeker dat er onvoorziene dingen gebeuren die er net niet in staan.

Als ik rond drie uur met uitzicht op een klein dorpje mijn Koga voel wankelen, slaat de schrik mij om het hart. Dit zijn de verschijnselen die ik wel herken: instabiel, beetje wiebelen, raar gevoel. Het zal toch niet….Ik stap af om naar mijn achterband te kijken. Donder en bliksem, die is zacht.  Op het moment dat ik -inderdaad door een lichte paniek bevangen- weer opsta, stopt er naast me een man op een zwaar beladen fiets. Hij is me achterop gefietst en stapt tegelijkertijd af. We maken een praatje. Hij is ook een Santiago-ganger en vraagt of ik in Avioth, het Centre de Partage, heb gelogeerd. Hij was daar de avond na mij. ‘Zijt gij nu de Els van de 100 of de Els van de 60 kilometer?’ Het is een jonge Belg uit Mechelen, die in een keer naar Santiago fietst en in 5 dagen van Mechelen naar hier is gekomen. We kijken samen naar mijn band en pompen hem op.

Even later is de band totaal leeg. Mijn Belg bedenkt zich geen moment, zet de fiets andersom in het gras en heeft in 5 minuten de band geplakt…

Ik kan hem wel zoenen, maar ja dat doe je toch niet met iemand die je net 10 minuten kent. Als we afscheid nemen, zeg ik dat hij door God gezonden is en noem hem mijn redder. Hij is blij dat hij voor het eerst in 5 dagen een goede daad heeft verricht en wil er alleen maar een kus voor hebben. Ik geef hem een dikke zoen op zijn wang. Hij stapt weer op zijn fiets en gaat ervan door.

Ik zie hem nog kilometers lang voor me fietsen.

De rest van de reis blijf ik me verwonderen en als ik nu dit verhaal zo opschrijf, dan is dat gevoel nog sterker. Al die dagen dat ik op stille weggetjes reed, geen mens of fietser gezien heb behalve kleine witte bestelautootjes, en dan net op het moment dat ik een lekke band heb waar ik zo benauwd voor was…..

God’s daden zijn wonderlijk en ongewoon. Of zou het toch mijn moeder zijn, die dacht: ‘Ik kan dan wel geen mail van hierboven naar haar sturen, maar wel een lieve Belg’.

4 Responses to “God’s daden…”
  1. Christine says:

    Hallo Elsemiek,
    Die klaprozen vind ik ook zo mooi…Hoe was jouw dag?
    Ik hoop dat je straks een feestelijk heerlijke warme maaltijd krijgt dan in een lekker warm bad kunt gaan liggen en een bed vindt met frisse schone lakens…zzzzzzzzz
    Het is hier ook heerlijk weer..net Spanje…kus Christine
    Kom je nog terug??

  2. Gerard, Pauline en Tobias says:

    Hoi Elsemiek,

    Dat is wel een heel wonderlijk verhaal met jouw lekke band. Fijn dat die lieve belg je kon helpen, maar ik weet heel zeker
    dat je zelf het ook makkelijk gekund had; Als je met een potloodventer weet om te gaan, dan is een band plakken een koud kunstje.

    Maar je blog stroomt goed vol met je mooie verhalen en berichten. Leuk om te zien! Pauline en ik lezen elk dag je verhalen en de berichten die andere posten.

    Groetjes van ons drieen

  3. Lady says:

    Miauw Baas E, Fijn dat het zo goed gaat! Benny en ik vermaken ons prima hier en krijgen de hele dag aandacht. We maken weinig ruzie maar hebben door het aanhoudend warme weer wel meer last van vlooien. Kleine Karin probeert ze van ons af te borstelen maar die kleine galbakken verstoppen zich overal en vooral op intieme plekken waar we met onze klauwen niet bij kunnen zoals rond “La Grotte du Merde”. Soms kan ik niet op het juiste Nederlandse woord komen hè. Baas H is ook weer thuis uit Wenen en we liggen nu heerlijk bij hem in bed. Je begint wel aan hem te merken dat er iets is, want hij ligt soms uren wakker snachts. Benny en ik denken dat hij je mist, maar dat moet ie natuurlijk nooit toegeven: dat kost ons weer onze parterre plaats in het heerlijke nest. Dus fiets nog even rustig door en mis ons vooral niet: tenslotte kan alleen een mens op een “Mission from God” zijn, wij laagwaardige vlooienmonsters zullen het moeten doen met het aanbidden van bazen K,M en H! Een poot, viszoen en krabbel van: je Lady, mede namens die seniel van een Benny. Lekker fietsen hè.

  4. Annelies says:

    Hoi, ik hou het op onze Moeder!!!! Die blijft gewoon doorgaan met voor ons te zorgen. lieve Groetjes Annelies

  5.  

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *